opa

Oi, oi, net een spannend verhaal was het leven van mijn opa. Het was ook een angstaanjagend en tranentrekkend levensboek, dat weer wel.
Tot op de dag van vandaag is het helaas nooit geschreven, niet door hem, noch door mij. Al jaren speel ik als een acrobate met het idee om een graphic novel te maken van zijn levensverhaal.
Mijn grootste verlangen is hem door mijn strip zien sjokken, trillend van de suikerziekte waaraan hij uiteindelijk ook is overleden.
Tja, niet iedereen krijgt een elfendood met een grote slagroomrouwtaart op de koop toe.
Soms is het leven hard, soms is de dood nog een beetje of twee beetjes harder.
Mijn opa was zo Joods als een bagel, zijn ouders zijn gelukkig voor de 2e wereldoorlog gestorven van ouderdom. De broers en zussen van mijn opa zijn allemaal vermoord in Auschwitz en Sobibor.
Mijn oma, zijn vrouw, was niet Joods. Geen dag van zijn leven heeft mijn opa gewerkt, hij had immers meerdere vrouwen die hem onderhielden, van zijn moeder toen ze nog leefde, tot aan zijn vrouw en zijn jeugdvriendin de hoerenbazin.
Hij maakte af en toe op zijn gemak wederom een kind bij mijn oma, tot er zeven kinderen in totaal waren, Jozef en Ati en Branca en Lenie en Cobi en Bram en Loes. Hij dook toen Wereldoorlog 2 begon, gezellig in zijn eentje onder in het bordeel van zijn jeugdliefde, dat bordeel lag in de Bloedstraat, in het oude centrum van Amsterdam.
Mijn oma heeft zich op haar beurt flink laten neuken door een hoge nazi om mijn opa die op straat was opgepakt, weer uit handen van de vijand te krijgen.
Na haar wip was hij weer een vrij man. Zo ging dat destijds, ik spreek nu over die stinkende W.O. 2…..
Mijn opa vierde zijn vrijlating in het bordeel, ver van zijn verneukte vrouw en kinderen. Dat vriesgegeven vergeef ik hem nooit.
Na de 2e Wereldoorlog bleef hij gewoon bij zijn vriendin in het bordeel wonen. En verlekkerde zich en passant aan de hoertjes.
Mijn moeder liep als klein meisje urenlang door Amsterdam om haar vader te zoeken. Soms vond ze hem, dat was op het Waterlooplein meestal, maar dan deed hij hooghartig of hij zijn eigen dochter niet kende.
Al ben je allang dood, schaam je toch maar dood, opa.
Mijn immense gebrek aan vergevenis is als een hoge Klaagmuur waar in elke spleet wel een diep-droevig bericht gefrommeld is, maar niet ééntje is er van mij.Ik wacht geduldig tot mijn boosheid zover verdwenen is dat ik de moed zal vinden om die verdomde Klaagmuur als een ware overwinnaar te beklimmen, maar ik vrees in een heel leven niet genoeg vergevingstijd te hebben om hem ooit te kunnen bestijgen.
Mijn afgrijselijke Joodse Mount Everest, ik sta er tranend bij en kijk ernaar en maak er toch een keer een mooi, stervenskoud stripverhaal van.