catalanen

De Catalanen noemen zichzelf ‘de Hollanders van Spanje’ en daarmee bedoelen ze dat ze hun afspraken altijd nakomen, al moeten ze ervoor kilometers kruipend door de modder je huis bereiken, alwaar ze een nieuwe kraan in je keuken willen monteren of zoiets dergelijks simpels…

De afgelopen negen jaren heb ik acht maanden per jaar in Catalonië doorgebracht, in het uiterste Zuiden van de provincie, in een finca (boerderij) op het platteland van Tortosa, wat een echt Spaans-Catalaanse provinciestad is, met een lange geschiedenis van Moren en Christenen en Joden, die nog altijd jaarlijks in papiermaché reuzenvorm meemarcheren in de optocht die het grote feest van Tortosa in- en ook weer uitluiden.

Daarin verschilt Spanje werkelijk van Holland, voor zo ongeveer alles dat er bestaat houden ze in Spanje een feestdag: het feest van de bosui is er zelfs zeer belangrijk, het feest van de artisjok moet je ook echt niet onderschatten, of denk je soms dat je het feest van de cava, de Catalaanse champagne, zomaar eventjes kunt overslaan?

No way José, want José en jijzelf vanzelfsprekend ook, zijn van harte welkom tijdens het celebreren van wat het dan ook mag zijn,  rijst of oesters of een of ander maf politiek feit, als het maar feest is, want feest brengt vreugde in een mensenhart en dat heeft je hart in dit leven dat van zichzelf toch in- en indroevig is, ECHT nodig!

Dat weet toch iedereen! Dat weet ik toch ook.

Tegelijkertijd was ons verblijf al campo de Tortosa, vlakbij de beroemde Ebrorivier, soms geladen met onverteerbare sentimenten die terug te leiden waren op de Spaanse Burgeroorlog, waar destijds vlakbij Tortosa ‘de slag om de Ebro’heeft plaatsgevonden.

In de bergketens waar de slachtpartijen hebben plaatsgevonden is een monument opgericht. Je rijdt richting Gandesa, waar door een volgeling van Gaudi een prachtige olie/wijncooperatie is neergezet, en gaat voor Gandesa linksaf een pad de bergen in. Moeizaam rijdt je tot vlakbij de top van een berg. Daar is het monument, je kunt er over de wijde, wijde omgeving uitzien waar zo’n twee beetjes overal gevochten is.

Bijna alle plaatsjes in het Terra Alta, waarin Gandesa ook ligt, hebben een museumpje dat gewijd is aan de Burgeroorlog, en dat goed bezocht wordt, hoe triest zoeen museum eigenlijk ook is…burgeroorlog kun je het best ramp boven ramp noemen, het rukt namelijk hele gezinnen en families uiteen, scheurt ze kapotter dan kapot.

Soms heb ik weleens gedacht dat de Spaanse grote hartstocht om feest te vieren terug te voeren valt op alle vreselijke oorlogen die ook in het land gewoed hebben met als laatste de ergste oorlog, namelijk: een burger tegen burger oorlog, dat betekent iedereen die vecht tegen iedereen, en dan gaan ze uiteindelijk allemaal jankend naar bed…zolang ze nog leven tenminste, voor doden is er geen bedrust voorradig.

Zelf kom ik uit een land, Nederland, waar alles kalmaan gaat (W.O. 2 buiten beschouwing gelaten hier) alles is cooler dan cool, en zo’n beetje iedereen is aardig tot het tegendeel bewezen is.

Door in Catalonié te gaan wonen ben ik anders tegen de wereld aan gaan kijken: met meer vreugde en ook met meer verdriet

En natuurlijk laat ik het feest van de bosui nooit meer aan me voorbij gaan!