3

Onze twee galgo´s zijn allebei heel erg bang. Vrijwel alle geadopteerde Spaanse honden zijn bang voor mensen. Dat geeft trieste gedachten over hun behandeling voor de adoptie, hun Spaanse jaren. En bij mij roept het ook altijd vele vragen op hoe mensen zulke enorm lieve dieren kwaad kunnen doen. Dan moet je zelf toch wel een erg slecht mens zijn. Jammer dat zulke mensen ook vaak weer kinderen hebben. Wederom een nieuwe generatie dieren-mishandelaars, snik. Wat apart is is dat onze galgo´s ieder zo verschillend met hun angst omgaan. Lorca, de Galgo-podencomix, durft niet dichtbij ons bezoek te komen. Pas als iemand een paar dagen blijft logeren breekt bij Lotje het ijs een beetje. Een beetje hoor, niet veel.

Pita, de stoere grote galgomeid, is op het eerste gezicht niet zo bang. Zodra ze iemand ziet stormt ze erop af. En wil het liefst van al geaaid, geaaid, geaaid worden. Er komt geen einde aan haar verlangen naar knuffeling. Ook bij ons trouwens niet. Ze legt haar koppie op je been en kijkt je verlangend aan. Dat boek dat je aan het lezen bent, ach dat kan toch best even wachten, nietwaar…en zo is het ook.

Het duurde even voordat ik doorhad dat al dat dappere op mensen afstormen, ook in cafés en winkels en ga zo maar door, een fikse onderstroom van angst had. Ze ging uit van het feit dat door vrienden te maken ze niet geslagen zou worden, want dat doen vrienden niet.

Je kunt ook nooit je stem verheffen als je tegen beide honden spreekt. Dan bevriezen ze en weigeren ze wat je ze vraagt. Je moet rustig en vriendelijk spreken, een peu langzaam is ook beter dan geratel. War ze dol op zijn zijn liedjes. Als ik zing zijn ze als was in mijn handen. Ik ken eigenlijk maar één lied en verzin gewoon maar wat, echte muziekkenners zijn ze niet, gelukkig maar. Toen we Lorca pas hadden verstopte ze zich onder een bed als we bezoek kregen, en ze kwam er pas urenlater weer onderuit, onder het stof. Dat doet ze gelukkig niet meer. Maar zoals Pita die gezellig naast het bezoek op de bank gaat zitten, zo ver gaat Lorca jammer genoeg niet. Wel kijkt ze af hoe goed het Pita vergaat, en probeert op haar eigen manier steeds een klein stapje verder te gaan, aandoenlijk als wat.

Eerst dachten we dat Pita de Alphahond van de twee was, maar we zijn er langzaam achtergekomen dat dat niet zo is. Lorca, de schijtluis, de kleine kip, durft veel meer dan Pietje. En Pita laat zich aanleunen dat Lorca in haar staart en poten bijt als Lorca met haar wil spelen. Dan kruipt Pita bij mij of mijn man weg, bibberend en wel. Toch zijn ze, hoe anders ze ook zijn, grote vriendinnen. En dat is een genot om te zien, elke dag weer. Het leven kan mooi zijn.

>> 4