familie

HET DODE PAARD ‘FAMILIE’ GEHETEN

In het ergste geval is je familie een last als een dood paard dat op jouw arme nekkie zijn allerlaatste adem uitgeblazen heeft, en daar ook nog zijn laatste rustplaats gevonden heeft.
Wanneer je op een feestje binnenkomt kijken alle aanwezigen met een blik boordevol afgrijzen naar het slappe wezen dat jij op je magere schouders met je meesleept, je hele leven lang door zwoeg je zuchtend ermee verder.
Natuurlijk, een familie hebben hoeft geen reusachtige bron van ellende te zijn, en het kan zelfs bestaan dat je familie alle narigheid op aarde in zich heeft verzameld, maar toch tegelijkertijd het fatsoen heeft om die immense narigheid in een kleine, elegante hamstervorm te gieten, die je dan ook vrijwel onzichtbaar in je jaszak dag in dag uit met je meedraagt, en het kan tot je eigen schrik voorkomen dat je het symbooldiertje vriendelijk over zijn symboolvachtje aait, onder het fluisteren van een herhaaldelijk ‘why not, please tell me now or later, why not…?’
Een troost bij al dat lijdzaam gesjouw door het leven is vanzelfsprekend het feit dat ongelukkige families tot erg mooie romans en verhalen leiden.
Voorbeelden daarvan opnoemen is nogal zinloos, daar dan alle andere kopie uit BOEK onmiddellijk verwijderd diende te worden om voldoende ruimte te kunnen bieden aan alle literaire lijdende families.
Mijn eigen literaire debuut, ‘Soms Feest’ uit 1997, bestond uit vijftien aan elkaar gelinkte korte verhalen die tesamen een weinig vrolijk beeld van mijn jeugd schetsen. Mijn vader vond blijkbaar dat ik zo’n overdreven waarachtig image van het verleden had weten te schapen, dat hij per brief dreigde om mij een proces aan te doen over het boek.
Dat zijn kans van slagen daarbij ongeveer nul procent was, daar het boek onder fictie viel, wist ik niet aan zijn verstand, zoal hij dat bezat, te brengen.
Ik citeer hier uit mijn boek, zodat U begrijpt wat mijn vader zo chaggerijnig maakte: ‘Mijn tante Rosa zegt dat God mijn vader heeft gemaakt toen Hij de restjes opveegde. Ze vertelt me over die keer dat mijn vader bij haar op bezoek kwam en haar, een vrouw van middelbare leeftijd, plotseling begon te tongzoenen. Hij zette haar klem tegen de muur in de gang en, zegt ze ‘ik voelde zijn harde geslacht zo tegen me oprijen’. Soms denk ik dat mijn vader misschien zelfs een dooie rat nog geneukt zou hebben, of een paar gedragen sokken. In elk geval was hij niet iemand die zich snel verveelde.’
Dat het niet leuk is om zo over jezelf in het debuut van je dochter te moeten lezen, is wel begrijpelijk. Of het waar is, is een heel ander verhaal.
Maar waarheid en familie passen niet gezellig bij elkaar, je moet meestal het één of het ander verkiezen…en ikzelf heb ervoor gekozen het dode gewicht van mijn vaders lastpaard dat loodzwaar op mijn jeugdige nekje rustte, nog tijdens zijn leven af te werpen, en voortaan altijd mijn eigen weg te gaan.